De dunne lijn tussen leven en dood

Deze week… ik moet hem van me afschrijven. Formuleren. Woorden zoeken voor waar geen woorden voor zijn.

Vorig weekend waren we op gemeenteweekend. Mijn man begon al ziek -reactie op een verdoving eerder die week, o ja, dat hadden we óók nog beleefd…- en vertrok na een nacht naar huis. Het was een mooi, intens weekend, met veel nieuwe ontmoetingen, aanbiddingsdiensten, en een stiltewandeling in het bos dat nét na de regenbui helemaal fris en zonnig was.

Oom

Vlak ervoor hoorden we dat mijn oom was overleden; achterin de 80; het waren de oom en tante die op de meeste momenten bij ons gezin waren betrokken vroeger. Verjaardagen, maar ook dramatische situaties: zij waren er. Herinneringen kwamen boven. Het verdriet van de achterblijvers raakte me toen we daar afgelopen week waren. Het raakte aan mijn verdriet om mijn vader, enkele maanden daarvoor. De twee waren als jongemannen al bevriend voordat ze zwagers werden. Ook realiseerde ik me dat de generatie boven me weg gaat vallen, en dat onder mij alweer twee generaties zijn. De eindigheid van alles, ook van ons.

Collega

Direct na thuiskomst van het gemeenteweekend kreeg mijn man telefoon van zijn leidinggevende; op zondagmiddag, dus we wisten het direct: zijn naaste collega was die ochtend overleden. Hij mocht de 50 net niet halen. De collega’s rouwden gezamenlijk. Het hele bedrijf zou juist deze week naar een werkbijeenkomst in het buitenland; dit ging volgens wens van de familie door en ook daar werd hij gememoreerd.

Auto en kat

Terwijl ik op donderdagmorgen probeerde alle gebeurtenissen te laten landen en wat huishoudelijk werk inhaalde, ging de bel. De buurman van om de hoek, die zei dat hij vreesde slecht nieuws te brengen. Ze dachten dat het een van onze katten was, die op de provinciale weg lag. Een automobilist was gestopt, stapte uit en reed weer door. (Gewoon niet even kijken of er misschien een telefoonnummer in het kokertje om zijn nek zit en niet bellen? En zelfs het lichaampje niet even in de graskant leggen, zodat niemand er nog eens overheen rijdt!? Heb je dan alleen gekeken of je aúto schade had?!!). Even later stond ik op de weg, terwijl dochter en de buurman het verkeer in de gaten hielden, want dat verdween uit mijn blikveld. Het nog warme witte lapjeslijfje van Pippa, net twee jaar oud, raapte ik van het asfalt en ik hield haar in mijn armen. ‘Het leven is eruit’ zei ik. Je ziet het aan alles, en toch twijfelde ik even later weer: zou ze niet alsnog gaan ademen? Nee. Wie weet wat mijn band met katten is, snapt dat ik verdriet heb. Nadat ik onze vorige kat drie jaar geleden dood moest oprapen, wilde ik niet meer. Toch kwamen er twee kittens in huis, zusjes, en wat waren ze lief – met elkaar, en voor mij, vooral toen ik ziek was en stil moest liggen. En dondersteentjes en muizenvangers. Ik bracht Pippa in mijn armen naar binnen en liep naar de bank, waar zusje Noortje lag. Zij keek direct op, snuffelde aan het gezichtje, wilde haar oogjes likken en sprong op de grond waar ze een hele tijd stilletjes heeft gezeten. In de uren daarna vroeg ik me af of ze nogmaals zou gaan kijken of snuffelen, maar dat was niet zo. Ze had de dood geconstateerd blijkbaar, en afscheid genomen. Sindsdien blijft ze continu om ons heen en wil geaaid worden.

Afscheid

Vandaag waren we dan bij de uitvaart van de collega; op de plek waar enkele jaren geleden de vader van een vriendin van onze dochter werd begraven; ook nog maar 47 destijds. Vandaag vormden we een erehaag op de laan naar de crematoriumruimte, op de klanken van het lied “Leef, alsof het je laatste dag is; Leef, alsof de morgen niet bestaat; Leef, alsof het nooit echt af is; Leef, pak alles wat je kan”. Over deze plechtigheid schrijf ik bewust niet veel; ik vind dat te veel aan de privacy van de nabestaanden raken. Maar het was voor mij op diverse manieren heel indrukwekkend en verdrietig.

Vergeet niet te leven

Het leven is zo kort. Alles is zo vergankelijk. De lijn tussen leven en dood zó dun. Het kan zó plotseling afgelopen zijn, en dan ‘is het leven eruit’ en wordt alles anders.

Voor mezelf ben ik blij dat ik ondanks alles geloof dat het daarmee niet stopt. Dat is geen doekje voor het bloeden, alsof je geen verdriet zou hebben omdat de persoon die je mist ‘het nu beter heeft’. De dood hoort NIET bij het leven. Zo was het nooit bedoeld. Laten we daar niet te makkelijk over doen, laten we geen holle frases roepen – daar walg ik van.

Nee, de dood hoort niet bij het leven. Overvloedig leven, zo zou het moeten zijn.

Geloven in herstel van die situatie, hoe betwijfeld die zekerheid soms ook, helpt. Leef, alsof dit je enige dag is; geef liefde, dien elkaar, geniet van elk klein moment, besef dat het eindig is hier. Leef, alsof dit je enige dag is, en ontvang met open handen wat je ontvangt. Live life to the full.

We rouwen, maar niet als mensen zonder hoop. Maar rouwen doen we – juist omdat we hebben liefgehad.