Feestdagenstress?!


Ik doe iets vreselijk fout. Ik doe wéér niet wat alle vrouwen lijken te doen; ik doe het niet zoals het hoort. Denk ik. Want ik heb geen feestdagenstress. Zo, dat is er uit. Ik hoor er niet bij!

 

Begin december, zo vlak voor Sinterklaas, had ik het wel even druk. Druk met werk en studie, een ziek kind, de gemeenteplant in onze wijk hield me bezig, en daardoor was ik een beetje laat met het kopen van kadootjes voor het gezin en met het starten aan m’n surprise en gedicht. Maar echte feestdagenstress kun je dat niet noemen.

 

Twee weken voor kerst had ik een topweek: diverse toespraken en presentaties, én een tentamen. Pas een week voor de kerst zijn we eens gaan praten over de vraag: ‘Wat doen we met de feestdagen?’. Ook al niet zoals het hoort, de ervaring leert dat ‘men’ daar al maanden van te voren mee bezig is. Op een zaterdagmorgen, met een kop koffie, bespraken manlief de plannen en mogelijkheden. Tweede Kerstdag staat er al een afspraak: aan het eind van de middag verzamelt mijn schoonfamilie zich en houden we met elkaar maaltijd. Vorig jaar (of het jaar daarvoor?) had ik vlees gebraden voor zo’n 30 mensen, dit jaar heb ik me aangemeld om het dessert te verzorgen. Een dessert hoeft niet per se zelfgemaakt te zijn: er werd gevraagd om pudding en ijs. Dus dat zet ik gewoon op m’n boodschappenlijstje, en klaar. Misschien nog wat drinken of nagekomen gerechten mee, maar zo moeilijk kan dat niet zijn. Eerste Kerstdag dan. Eerst naar de kerk. Onze kinderen deden nog wel eens mee met een toneelstuk of iets dergelijks, maar dat is meer voor de basisschoolleeftijd. Ook dat gaat dus onze agenda voorbij; geen extra ingelaste oefenmomenten die je pas een uur van te voren doorkrijgt, geen verkleedkleren, niets van dat al. De kerst dat we met het diner-voor-minder-bedeelden meehielpen was voor ons een markeringspunt: we hadden die kerst mijn ouders geen bezoek kunnen brengen. Leek ons geen optie, dit jaar. Steeds meer vrienden om ons heen verliezen hun ouders aan de dood; zolang we ze hebben, willen we hen zien met kerst.

 

Ik nodigde hen uit voor een diner op 1e kerstdag. Ik keek al in de Allerhande (want dat hoort er dan ook bij) wat ik eventueel kon gaan maken. Maar ze reageerden met: dit jaar blijven we liever rustig thuis. “Echt?!”Ja, echt. Oké. Een koffiebezoekje dan.

 

Hoe moeilijk kun je het maken? Onze feestdagen zijn goed gevuld en beloven gezellig te worden. Op een eenvoudige manier, met de aandacht voor elkaar als familie en voor het feest dat we vieren.

 

Oudejaarsavond vult zich met een te organiseren viering (lees: gebed, lied, getuigenissen, niet al te ingewikkeld dus) met onze gemeenteplant, met aansluitend lekkere hapjes –ieder neemt iets mee-, vuurwerk voor wie wil, spelletjes voor de kinderen. Nog steeds geen stress.

 

Oké, ik moet toegeven: vroeger deden we het anders. Dan reden we op nieuwjaarsdag én naar de kerk, én naar twee families (beiden in andere dorpen). ’s Avonds kon je geen nieuwjaarswens meer uitbrengen. Dat hebben we afgeschaft. Vorige nieuwjaarsdag de ene familie, deze nieuwjaarsdag de andere aan de beurt. Klaar. Voortschrijdend inzicht.

 

Het begrip en gevoel ‘stress’ ken ik wel hoor, daar gaat het niet om… maar echt: geenfeestdagenstress voor mij. Misschien doe ik het toch niet fout, zijn alle anderen gewoon een beetje gek….

 

Gezegende feestdagen!

 

 

(tevens geplaatst op Sestravrouw.nl)