In het klooster


Ik had me er al tijden op verheugd: een paar dagen het klooster in om in alle rust te gaan schrijven. Het was ingewikkeld om dagen te vinden waarop ik ‘zomaar’ weg kon, maar deze week was het dan zover. Dinsdagmorgen om 10 uur was ik welkom.

 

Op maandagavond ontdekte ik dat ik niet alles van m’n urgente-vóór-het-klooster-actielijst af kreeg. Dan maar niet, heel relaxed ging ik er mee om: dan besteed ik dáár eerst gewoon even een paar uurtjes aan deze klusjes. Ik zou volgens de website toch internetverbinding op de kamer hebben, dus geen probleem. Ook deze column kon ik dan gewoon op tijd afleveren.

 

Natuurlijk zou ik niet intensief gaan mailen, twitteren en zo voort. Daarvoor zat ik niet in het klooster… toch? Maar ja, voor werk is het gewoon wel handig. En als dat af was, zou ik niet meer aan de internetverbinding denken.

 

Nadat de gastenzuster mij een rondleiding had gegeven en me had achtergelaten in de kamer (een cel mag je het echt niet noemen, met internet en een badkamer), pakte ik eerst netjes mijn tas uit. Ik legde kleren in de kast, hing een jurkje op, zette m’n toilettas in de badkamer (wat een luxe, zeg), en maakte m’n bed op. Daarna vond ik het tijd voor de volgende actie: laptop op tafel en internetkabel in de daartoe bestemde aansluiting in de muur stoppen. Geen verbinding. Wat? Geen verbinding? Hoe moet dat nu? Geen paniek, er is vast iets met een inlogcode. Ik stel het netwerk opnieuw in: kies een openbaar netwerk. Werkt niet. Ik kies voor bedrijfsnetwerk. Werkt ook niet. Dan is het iets met de proxyserver, denk ik. Lijkt me. Ik moet misschien een adres invullen, en dat heb ik natuurlijk niet. Ik ga naar de balie om het aan de dienstdoende zuster te vragen. Nee, er is geen code nodig, volgens haar, maar zelf heeft ze ineens ook geen internet meer. Maar: straks komt er iemand kijken.

 

Een uur later zie ik een blauwe auto voor de deur van het klooster stoppen. Een man stapt uit. Oei oei, wat een vooroordeel: ik denk direct dat dit de systeembeheerder is. Het loopt al tegen de Sext, dus ga ik richting kerk… Waarbij ik quasi-onschuldig langs de receptie loopt. Ja hoor, de man blijkt systeembeheerder te zijn, en luistert naar de naam Rafaël. Dat verzin je toch bijna niet?

 

Mijnheer Rafaël stond ook voor een raadsel. Ik onderdrukte mijn gevoel van paniek opnieuw, en zei nonchalant dat ik na de Sext nog wel eens zou informeren.

 

Lieve mensen, het duurde twee etmalen voordat de internetverbinding was hersteld… en het duurde ongeveer een heel etmaal voordat ik niet meer elke keer informeerde ‘of ze al nieuws hadden’. Ik werd wel met mezelf geconfronteerd zeg! Maar nadat ik de situatie eenmaal had aanvaard, kwam ik wel echt tot rust. Dat wel.

 

(tevens gepubliceerd op sestravrouw.nl)