Leeg nest

Vandaag is de dag dat ook zoon het huis verlaat. Vanavond slaapt hij voor het eerst in zijn nieuwe kamer – of nou ja, noem het maar een studio, zo groot. Zijn jongere zus ging hem voor, enige maanden geleden. Vanaf vandaag hebben we een leeg nest. Over het daar soms mee gepaard gaande syndroom kan ik nu (nog?) niets zeggen, de dag is pas een paar uur jong. Een beetje raar voelt het wel: ik ben ‘pas’ 46 jaar, en m’n kinderen zijn de deur uit.

In minder dan een jaar tijd hebben we vier verhuizingen achter de rug. Allereerst met het hele gezin, in juni. Dat was de meest ingewikkelde. Van een tussenwoning in een stad naar een twee-onder-een-kap-woning in een dorp verderop. Klinkt heel groot, maar de ruimte zit ‘m vooral om het huis héén, en dat was ook wat we zochten. Al het klussen nemen we voor lief. De zomer brachten we veelal buiten door, op elk moment was er wel ergens in de tuin een aangename plek. Heerlijk om daar nog met z’n vieren van te kunnen genieten, al wisten we allemaal dat de kinderen niet nog tien jaar hier zouden wonen.

In september begon dochter met haar studie in Wageningen. Het eerste jaar zou ze gaan forensen, maar collegetijden waren zó ongunstig dat ze van 6.30 tot 19.00 uur weg was. Ze kreeg een gemeubileerde kamer aangeboden voor twee maanden. We verhuisden haar; dat wil zeggen we brachten haar weg met een aantal weekendtassen vol spullen. Begin december vond ze een andere kamer in onderhuur, nu voor ruim vier maanden. Ik verhuisde haar; de spullen leken wat vermeerderd en er moest een bureau en een dekbed komen, dus de verhuizing ging via de Ikea. Al iets officiëler dus.

Ondertussen was haar broer ook rustig op zoek naar eigen woonruimte. Gezien de kamernood in Utrecht zou dat zo’n vaart niet lopen – dachten we. Maar ineens was hij in de race voor een huis in Nieuwegein, op fietsafstand van de Uithof (Universiteitsterrein). Na de gespreksronde werd hij gekozen en ging het heel snel. Deze kamer vroeg wat meer verhuiskracht: schilderen, laminaat leggen, meubileren, serviesgoed en zo voort. Er kwam een kringloop van spullen op gang, waardoor hij heel wat heen en weer tufte met auto, ouders, zusje, vrienden.

Zo stond ik in de kerstvakantie niet de laatste bruine deur in ons eigen huis wit te schilderen, maar deuren en kozijnen in het huis van zoon. Zo ging ik niet met twee kleine krullenbollen naar Naturalis of het spoorwegmuseum in de kerstvakantie, maar zat ik te lunchen met zoon bij Ikea en zochten we samen serviesgoed uit. En, zoals ik Brigitte Kaandorp hoorde zeggen, ‘daar zat ongeveer drie jaar tussen’!

Weemoed en dankbaarheid, ze zijn er allebei. Ze mogen ruimte innemen. Gevoeld worden. Zonder onderlinge concurrentie. Weemoed omdat er een fase is afgesloten, die niet meer terugkomt. Dankbaarheid omdat ze sterke vleugels hebben en de wereld  durven in te gaan. Weemoed om wat was én  dankbaarheid om wat was. En om wat is: we koesteren nu de momenten dat we allemaal tegelijk in dit huis zijn (zelfs als het file in de badkamer oplevert!).

  • Besef dat het leven uit allerlei fases bestaat.
  • Wees je bewust van elk moment: dít moment komt nooit meer terug – misschien wel een moment dat er op lijkt, maar niet dit specifieke moment.
  • Geef niet op; ook vieze luiers, kapotte knieën, problemen op de basisschool, puberperikelen gaan voorbij.
  • Geef ruimte aan je gevoelens, zelfs als ze onaangenaam lijken. Ze zijn er niet voor niets.

empty-nest2