Vredelantsepad te Vreeland

Klompenpad: Vredelantsepad (11 km)

maandag 13 juli 2020

Het pad begint met een kleine tegenvaller: het startpunt Dorpshuis is gesloten, dus geen toiletbezoek vooraf. Wel is de ruilboekenkast open (nee, dat hielp niet, wel leuk om te weten). Vooruit, dan maar eerst van start, ik loop de route met de wijzers van de klok mee.

Al snel gaat de wandeling het dorp Vreeland uit en over een rustige asfaltweg tussen de weilanden en langs het Tolhuis richting Amsterdam-Rijnkanaal. Eenmaal langs het kanaal begint een saai stuk, zoals andere wandelaars al hadden geschreven. Maar ik prees me gelukkig met de schaduw die ik nog had van de hoge bomen langs het smalle fietspad. Het verkeer raast inderdaad vlak langs je heen. Weliswaar gescheiden door smalle berm, maar heel Klompenpad-achtig voelt dat toch niet. Ik zet er flink de pas in en geniet ondertussen toch van de boten die ik voorbij zie varen en de rust tussen de auto’s door.

Bij de landwinkel van Boer Erik (met ‘fruitautomaat’, van die Febo-luikjes waarachter dan sap of kersen liggen) mag ik rechtsaf het land in, over een leuk bruggetje. Kijk, dit is wat ik bedoel met klompenpad: lekker door het weiland sjouwen! Eerst eet ik mijn lunch op een mooi bankje nog nét in de schaduw in de hoek van het weiland. Vervolgens loopt het pad lang langs de boomgaarden van boer Erik. Langs koeien en groepen vogels, ooievaars en ganzen, door het vers gemaaide gras.

De koeien kijken me nieuwsgierig aan, leuke dieren zijn het toch. Wandeltip: kijk af en toe naar beneden als je niet in een koeienvlaai wilt stappen :-).  Volgens het audiobestandje van het klompenpad moet ik kunstwerken van boerenlandhekken vinden, ik heb ze eerlijk gezegd niet heel erg opgemerkt. Lang rechtdoor en daarna een poos naar links, met de zon in m’n rug. Dan zie ik schaduw en neem ik even pauze om zonnebrandcrème te smeren en te drinken. Ik raak aardig door mijn watervoorraad (van één liter, dat is ook misschien niet zo veel) heen. Ergens komt een ijsboerderij, hopelijk kan ik daar bijvullen of water kopen. Tot die tijd moet ik maar even zuinig doen.

Ik ga een prachtig hakhoutbosje binnen, wat een heerlijke verkoeling geeft dit! Ik ben blij met mijn lange broek langs de brandnetels en hopelijk ook tegen de teken. Wandeltip: trek een lange broek aan, ook al wordt het warm.

Als ik het hakhoutbosje verlaat, sta ik bij een maïsveld. Een lang betonnen pad volgt. Ik zie twee muskusrattenbestrijders lopen en bedenk dat ik al een poosje geen mensen meer had gezien. Even later loop ik via de achterkant een boerenerf op. De boer groet me gemoedelijk en ik kijk even bij de kalfjes. Zó lief! Ja, ineens voel ik me een stadse toerist, terwijl ik dat toch niet ben.

Koeien, molen, reigers, hollandse lucht

Ik dacht dat het nog veel verder weg was, het lijkt even een droom: de ijsboerderij Van Willigen is recht tegenover dit boerenerf. Normaal niet open op maandag, maar ik heb geluk: de eigenares heeft, nadat ze ijs had gemaakt, de deur toch open gedaan. Zo kon ik een liter water tappen en met een kop koffie heerlijk onder de een grote wilg aan het water van De Vecht gaan zitten. Schoenen en sokken uit, bootjes kijken… ik voel me rijk!

Vanaf daar valt de route me vreemd genoeg een beetje tegen. Ik loop langs de Vecht, maar op een weg die ik moet delen met fietsers, wielrenners (goed, technisch gezien zijn dat óók fietsers) en auto’s. Dat is soms wat krap. Er liggen woonboten en tuinen tussen mij en het water, waardoor er maar af en toe doorkijkjes zijn. Die zijn dan ook wel heel erg mooi! En wat een paleisjes liggen er, met prachtig bloeiende tuinen. De bijbehorende auto’s variëren van een charmant hoekig oud model Mazda tot glimmende Porsches en Tesla’s.

Het wordt warmer, ik loop in de zon en ik probeer weer de stevige pas op te pakken. Tegenover de korenmolen De Ruiter (open op zaterdagen en op afspraak) ligt de begraafplaats. Wandeltip: op een begraafplaats staan bankjes, vaak in de schaduw. In het ergste geval kun je hier zelfs je waterflesje bijvullen bij het gieter-vul-punt.

Op een prachtig plekje onder het bladerdek van de platanen werk ik de laatste kwart liter van m’n tweede liter weg. De tuinslang ziet me er toch wat te onfris uit, en ik weet dat ik nu echt niet ver meer hoef. Bovendien is in een dorp altijd wel gelegenheid om water te vragen.

Even later wordt deze verwachting ingelost: bij de brug staat een watertappunt ‘Join the pipe’. En daar klok ik nog maar eens een halve liter weg – het blijkt inmiddels ook 25 graden te zijn geworden. De brug is een verzamelpunt van toeristen. Fietsers, bootjesmensen, wandelaars – en de brugwachter. Leuk om eventjes te kijken hoe het allemaal z’n weg vindt. Hier kun je nog een extra rondje in het dorp lopen. Het dorp ziet er pittoresk uit, maar ik heb voor vandaag genoeg gehad. Ik mag nog wat voorzichtig doen met mijn peesblessure, die ik inmiddels zelf in de tape heb gezet. Ik sla rechtsaf een wandelpaadje op, waarna ik weer bij het Dorpshuis sta.

Ik rijd heerlijk terug langs de Vinkeveense Plassen, waar weer volop gezeild wordt. Op de radio hoor ik dat het morgen regenachtig wordt.